Filosofiedispuut Φ

Dit artikel is gepubliceerd in Kleintje VGST 6 jaargang 24, april 2007

De sprong in het geloof

De filosofie van Søren Kierkegaard

Inleiding

In mijn eerste VGST-jaar, in mijn allereerste themagroep, zelfs de allereerste avond, mocht ik kennismaken met de filosoof Kierkegaard. De themagroep behandelde het boek ‘De God Die leeft’ van Francis Schaeffer, oprichter van l’Abri, wat in het Frans ‘schuilpaats’ betekent. L’Abri wil een schuilpaats zijn voor mensen die zoeken naar de zin van hun leven, worstelen met vragen, of eens rustig bezig willen gaan met intellectuele vraagstukken onder het motto ‘Als het geloof waar is, moet het tegen een stootje kunnen’. Het doel is om iedereen te laten ervaren dat God bestaat en een levende God is die dagelijks handelt.

Nu, zeven jaar later, wordt ik door Φ weer bepaald bij deze eerste themagroep door de filosofie van Kierkegaard te bespreken. Nog steeds intrigeert zijn gedachtengoed mij en om eerlijk te zijn is de ‘sprong in het geloof’ mij altijd sinds mijn eerste VGST-jaar bijgebleven. Reden temeer om de ‘sprong in het geloof’ die door Kierkegaard is geïntroduceerd in een (hopelijk) verhelderend artikel toe te lichten.

Kierkegaard: zijn leven

Søren Kierkegaard is een Deense filosoof die leefde van 1813 tot 1855. Hij wordt de grootste Deense denker genoemd en tevens de eerste existentialistische filosoof1. Zijn leven werd gekenmerkt door zwaarmoedigheid: veel van zijn familieleden overleden op jonge leeftijd, zijn verloving hield niet stand en uiteindelijk raakte hij ook nog eenzaam zonder vrienden. Met zijn theologische opleiding achter de rug, stortte hij zich op de filosofie. Filosoof zou hij zichzelf echter nooit genoemd hebben, eerder religieus schrijver of juist anti-filosoof. Dit was voornamelijk omdat hij zich tegen de bestaande filosofie keerde en daar niet al te veel van moest hebben. Om Kierkegaard zijn filosofie en ‘de sprong in het geloof’ te kunnen begrijpen, is het noodzakelijk om ons eerst wat te verdiepen in Hegel, zijn filosofische tijdgenoot.

Hegel: de filosofische synthese

Over Hegel was Kierkegaard het minst te spreken, met name vanwege het synthesedenken van Hegel. Dit denken bestond uit het stellen van een begrip of moment (de these), vervolgens te kijken naar de de ontkenning daarvan (de antithese) om vervolgens dit verschil te overbruggen door een nieuwe uitspraak te doen die een diepere waarheid dan de beide losse stellingen bevatte (de synthese). Een echte waarheid bestaat dus ook niet, maar waarheid moet gezien worden als een continue waarheid, die steeds dieper en beter wordt. Tegenstelling kunnen niet blijven bestaan, maar moeten worden opgelost. Dit concept wordt veelal gebruikt in discussies: twee extremen worden gesteld en men werkt toe naar de oplossing binnen de extremen. Ook kan het gezien worden als een schilder die een idee heeft voor een schilderij (these), maar waarbij het schilderij nog niet voldoet aan het idee (antithese), wat er voor zorgt dat hij doorwerkt totdat het wel voldoet en de schilder tevreden is (synthese). Het belangrijke basisprincipe is de voortstuwende werking van twee standpunten of momenten naar een nieuw standpunt, wat volgens Hegel dus een diepere waarheid is.

Om de twee tegenstrijdigheden (these en antithese) op te heffen, maakt Hegel volledig gebruik van de rede. Volgens hem is dat de mogelijkheid om alles samen te kunnen voegen met als uiteindelijk doel één totaalfilosofie. Hieronder moest dan de filosofie, kunst, wetenschap, esthetica, ethiek en godsdienst zijn gevat. Volgens Hegel was dat ene basisconcept te ontdekken met de rede. Iemand die met deze theorie is verder gegaan is de atheïst Feuerbach2 die de rede inzette om geloof te verklaren. In zijn werk heeft hij geprobeerd om de filosofie en de religie vanuit één kader te kunnen verklaren, om zo die ene waarheid dieper te laten worden. Dit resulteerde in de visie dat gebed slecht praten tot jezelf is en dat god slechts een gedachte is.

De sprong in het geloof

In tegenstelling tot de Hegeliaanse continue ontwikkeling van de waarheid (uitkomst van de synthese), stelt Kierkegaard de (abrupte) sprong. Hierbij baseert hij zich op de werkelijkheid en subjectieve persoonlijke ervaringen, oftewel op existentialistische gronden. Bijvoorbeeld de kristallisatie van bepaalde scheikundige stoffen, wat geen ontwikkelingsproces is, maar eerder een abrupte sprong. Of in de moraaltheorie: de overgang van goed naar kwaad is geen geleidelijke overgang, maar een abrupte sprong. Dichter bij huis: je eigen gedachten. Alleen met de gedachte dat iets verstandig is om te doen, bijvoorbeeld studeren, wordt een mens er nog niet toe gebracht om dat ook daadwerkelijk te gaan doen, studeren. Of het verstand laat je in de steek, waarbij je gewoonweg terugvalt en niet tot iets diepers komt (maar lam op de bank gaat hangen), of je kiest het goede door middel van een sprong (waarbij je tot uitvoering van je gedachte, studeren, komt).

De sprong is dus de categorie waarin het leven, de existentiële ervaring, de vrijheid om te kiezen en mens-zijn een plaats hebben. Deze elementen passen niet in het Hegeliaanse systeem, waar alles binnen een rationele synthese (de continue overgang) moet passen. En omdat het systeem de werkelijkheid niet kan beschrijven, kan het systeem volgens Kierkegaard niet de waarheid zijn.

Het begrip ‘de sprong’ gebruik Kierkegaard ook om geloof te verduidelijken. Hoe kan je nu geloven? Kan dat komen door het volgen van alle stappen in een Godsbewijs? Volgens Kierkegaard niet. Zolang je namelijk vast houdt aan het bewijs, bevind je je nog op het aardse vlak, op het zeker weten. Als je een Godsbewijs niet meer nodig hebt, ben je op het vlak van het geloven. Maar hoe noem je het moment van loslaten dan? Volgens Kierkegaard is dat de sprong in het geloof, van uit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en tevens een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.

Lessen voor het hier en nu

Rationalistisch versus rationeel

Ook al mag Kierkegaards filosofie al ongeveer tweehonderd jaar oud zijn, het lijkt soms voor deze tijd even hard van toepassing te zijn. Neem een zin als “Het verstand heeft de god zo dichtbij gekregen als maar mogelijk is, en toch is hij nog even ver weg.” Kierkegaard haakt hier speciaal in op de vele theorieën, filosofieën, beschouwingen en bewijzen van en over God. We doen er alles aan om God te begrijpen en naar ons zeker vlak toe te halen. Het gevaar is echter dat we niet beseffen dat de sprong gemaakt moet worden. Wij VGST’ers hebben hier meer dan ooit mee te maken: we verdiepen ons bij het leven, hebben disputen die tot doel hebben om juist te beschouwen en te filosoferen en in bijbelstudies wordt vaak veel waarde gehecht aan het begrijpen en kloppend maken. Schaeffer zegt mijns inziens terecht “Hoewel de rationaliteit belangrijk is, mag deze nooit alléén gelden. Rationaliteit is niet het einde van alles.” Even later definieert hij de termen duidelijker en geeft hij een verstandige wijze om er mee om te gaan: “Het gaat dus niet om rationaliteit alleen, maar rationaliteit definieert en geeft structuur aan het geheel... De Christen is niet rationalistisch, hij gaat niet van zichzelf uit. Maar hij is rationeel, want zijn handelen en denken worden bepaald door A is ongelijk aan niet-A. Voor hem is de rationaliteit een begin,...” Kortom: laat ons lekker verder denken en verdiepen, maar laat ons telkens die extra stap, die sprong nemen in het besef dat rationaliteit de aanloop is voor de sprong.

These versus antithese

Het bijbels-reformatorisch christendom gaat uit van het idee van de antithese. Zonder dat is het zinloos beweert Schaeffer. Wederom terecht mijns inziens, gezien de kern: geen mens wordt gered (these), tenzij door Jezus Christus (wordt men gered) (antithese). De Hegeliaanse synthese heeft dus ook niets met het christendom van doen: beide stellingen (these en antithese) worden niet opgeheven, maar blijven juist bestaan. De tegenstelling kan blijven bestaan door de sprong in het geloof dat dit waarheid, en de sprong dat er overgang van de these naar de antithese mogelijk is via een sprong in het geloof.

De wereld om ons heen heeft het Kierkegaardse denken echter niet volledig overgenomen. Wel accepteert ze dat Hegels systeem rationeel niet de waarheid omvat, maar daarentegen heeft ze aan de klassieke opvatting over these en antithese gesleuteld en daarmee aan de waarheid. Kortgezegd leidde dit tot het postmodernisme waarin niet over één waarheid gesproken kan worden. Schaeffer analyseert dat dit zich langzaam doordringt via kunst, muziek en algemene cultuur richting de theologie. Hij roept dan ook op om waakzaam te zijn om de these en antithese staande te houden en er juist gebruik van te maken om mensen over God te vertellen. Zonder waarheid hebben mensen geen hoop en die wanhoop uit zich in allerlei facetten in onze samenleving. Iedereen verzint daarom zijn eigen sprong uit die wanhoop, zij het in drugs, sex of rationalisme. Onze taak is om mensen bewust te maken van hun sprong en ze de juiste en enige weg te wijzen.

Uitleiding

In dit artikel heb ik geprobeerd kort weer te geven wat de sprong in het geloof is en waarom die zo belangrijk is. Zonder die sprong valt het christendom in duigen en vallen wij in de wanhoop waarin nu al vele mensen leven. In mijn artikel heb ik het kort en bondig gehouden. Mocht u geinteresseerd zijn in een diepere analyse van de twintigste eeuw door onderzoek van filosofie, theologie en kunst dan raad ik u ten zeerste het boek ‘De God Die leeft’ aan. Schaeffer geeft namelijk niet alleen een analyse, maar hij pleit ook voor een intellectueel verantwoord, maar ook praktisch christendom. Ook (intellectuele) handreikingen over apologetiek en evangeliseren komen in dit boek aan de orde. Het boek is tevens een goede basis voor als uw Kierkegaard ooit zou willen lezen.



Jan-Maarten Verbree



Bronnen: